AI-geletterdheid is de verzameling vaardigheden, kennis en begrip die iemand nodig heeft om AI-systemen bewust in te zetten en de kansen en risico’s ervan in te schatten. De EU AI Act legt die definitie vast in artikel 3, lid 56 van Verordening (EU) 2024/1689 en koppelt er in artikel 4 een verplichting aan voor elke organisatie die AI gebruikt of aanbiedt.
Die verplichting geldt sinds 2 februari 2025. De boetebepalingen van artikel 99 gelden sinds 2 augustus 2025, maar de Nederlandse uitvoeringswet die het toezicht regelt, is nog niet in werking. De tekst van artikel 4 is op 27 juli 2026 herschreven door de Digital Omnibus, waardoor de nadruk verschoof van het waarborgen van een niveau bij medewerkers naar het nemen van maatregelen die AI-geletterdheid ondersteunen.
AI-geletterdheid verschilt van digitale vaardigheid. Digitale vaardigheid gaat over het bedienen van software, AI-geletterdheid vraagt daarnaast inzicht in waarom een AI-systeem tot een bepaalde uitkomst komt en hoe betrouwbaar die uitkomst is.
In de praktijk zie je het terug bij elke medewerker die met een AI-tool werkt: de marketeer die een tekst laat schrijven en de bronnen zelf nakijkt, de manager die een AI-aanbeveling beoordeelt voordat hij die overneemt.
Wat betekent AI-geletterdheid volgens de EU AI Act?
AI-geletterdheid betekent volgens de EU AI Act de vaardigheden, kennis en het begrip die aanbieders, gebruiksverantwoordelijken en betrokken personen in staat stellen AI-systemen geïnformeerd in te zetten. De definitie in artikel 3, lid 56 noemt uitdrukkelijk ook het besef van de kansen, de risico’s en de mogelijke schade die AI kan veroorzaken. Het gaat dus om technische kennis, maar evengoed om de sociale, ethische en praktische kant van AI-gebruik.
De wet koppelt geen vast kennisniveau aan die definitie. Wat toereikend is, hangt af van de technische kennis, ervaring, opleiding en context van de betrokken medewerker, en van het risico van het systeem waarmee hij werkt.
Wat is het verschil tussen AI-geletterdheid en digitale vaardigheden?
Het verschil tussen AI-geletterdheid en digitale vaardigheden zit in de laag begrip die eronder ligt. Iemand die dagelijks in Excel of een CRM werkt is digitaal vaardig, zonder daarmee te kunnen beoordelen waarom een taalmodel een bepaald antwoord geeft.
Een medewerker die AI-geletterd is vraagt door op welke gegevens een uitkomst rust en in welke situaties die uitkomst niet klopt. Die vraag stellen vereist kennis van hoe een model patronen herkent en van de gevallen waarin die patroonherkenning misleidt, iets wat handigheid met software niet dekt.
Waarom AI-geletterdheid meer oplevert dan een vinkje voor compliance
AI-geletterdheid levert meer op dan een vinkje voor compliance, omdat medewerkers zonder dat begrip een uitkomst niet kunnen wegen op betrouwbaarheid en bias. Wie AI-output overneemt zonder te verifiëren, neemt een risico dat hij niet als risico herkent.
Teams die het niveau serieus opbouwen, nemen nieuwe tools sneller in gebruik en maken daarbij minder fouten. Ze weten welke vragen ze aan een leverancier moeten stellen en welke risicocategorie een systeem raakt. Het beperkt bovendien de weerstand op de werkvloer, want onzekerheid over wat AI wel en niet kan is een veelvoorkomende reden om tools links te laten liggen. Precies daar ontstaat anders shadow AI, waarbij medewerkers buiten het beleid om hun eigen route kiezen.
Is AI-geletterdheid verplicht?
Ja, AI-geletterdheid is verplicht voor elke organisatie die AI-systemen ontwikkelt of professioneel gebruikt, op grond van artikel 4 van de AI-verordening. De verplichting geldt sinds 2 februari 2025 en maakt geen onderscheid naar bedrijfsgrootte, dus een eenmanszaak die alleen ChatGPT of Microsoft Copilot inzet valt er net zo goed onder als een multinational.
De verplichting ligt bij de organisatie, niet bij de individuele medewerker. Een werkgever die niets regelt, kan zich niet verschuilen achter medewerkers die zichzelf hebben ingelezen.
Wat vraagt artikel 4 precies van een organisatie?
Artikel 4 vraagt van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken dat zij maatregelen nemen om de AI-geletterdheid te ondersteunen van hun personeel en van andere personen die namens hen AI-systemen gebruiken. Voorbeelden zijn aannemers, dienstverleners en klanten die in jouw opdracht met een AI-systeem werken.
De wet schrijft geen verplichte cursus voor, geen vast aantal uren en geen specifiek certificaat. De invulling is bewust opengelaten, zolang je kunt onderbouwen dat de gekozen maatregelen passen bij de rol van de medewerker en bij het risico van het systeem. Een cursus is daarmee een middel en geen eis. De online AI-geletterdheid training van LearnLLM legt per medewerker de basis vast, met praktijkopdrachten op eigen werk en een certificaat van afronding. Zoek je eerst een korte basis voor iedereen, dan is er ook een basiscursus AI-geletterdheid van twee uur.
Wat veranderde de Digital Omnibus aan artikel 4?
De Digital Omnibus heeft artikel 4 herschreven, en dat is een wijziging die de meeste bronnen over dit onderwerp nog niet hebben verwerkt. Verordening (EU) 2026/1744 verscheen op 24 juli 2026 in het Publicatieblad van de EU en trad op 27 juli 2026 in werking.
Waar de oude tekst sprak van maatregelen die een toereikend niveau van AI-geletterdheid waarborgen bij personeel, spreekt de nieuwe tekst van maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen. De verordening voegt daar expliciet aan toe dat de verplichting niet inhoudt dat een bepaald niveau bij individuele personen gewaarborgd moet worden.
Praktisch verschuift daarmee waar je op wordt beoordeeld. Niet op de vraag of iedere medewerker aantoonbaar een bepaald niveau haalt, wel op de vraag welke maatregelen je hebt genomen en waarom die passen bij jullie gebruik van AI. De verplichting zelf is niet afgeschaft en de datum van 2 februari 2025 is ongewijzigd. Wat de Omnibus wel uitstelde, zijn de zware verplichtingen voor hoogrisico-systemen, naar 2 december 2027 en 2 augustus 2028.
Voor wie geldt de AI-geletterdheidsplicht?
De AI-geletterdheidsplicht geldt voor elke aanbieder en gebruiksverantwoordelijke van AI-systemen, wat in de praktijk neerkomt op vrijwel elke organisatie die AI inzet. Een aanbieder ontwikkelt of brengt een systeem op de markt, een gebruiksverantwoordelijke zet een systeem onder eigen verantwoordelijkheid in.
De reikwijdte is ruimer dan alleen de eigen loonlijst en strekt zich uit tot iedereen die namens de organisatie met AI werkt. Ook organisaties buiten de EU vallen eronder zodra hun systeem of de uitkomst daarvan in de Unie wordt gebruikt.
Geldt de verplichting ook voor een zzp’er of klein kantoor?
Ja, de verplichting geldt ook voor een zzp’er of een klein kantoor, want artikel 4 maakt geen onderscheid naar bedrijfsgrootte. De invulling mag wel proportioneel zijn: één persoon die weet welke AI-tools hij gebruikt en welke risico’s daarbij horen, heeft een groot deel van de eis al ingevuld.
Geldt de verplichting als je alleen ChatGPT of Copilot gebruikt?
De verplichting geldt ook als een organisatie alleen kant-en-klare tools als ChatGPT of Microsoft Copilot gebruikt. Artikel 4 richt zich op wie een AI-systeem inzet, niet op wie het bouwt, en dat maakt vrijwel elke kantoororganisatie een gebruiksverantwoordelijke. Het feit dat je de AI niet zelf hebt ontwikkeld verandert daar niets aan.
Welk niveau van AI-geletterdheid heeft jouw team nodig?
Het niveau van AI-geletterdheid dat je team nodig heeft, hangt af van de rol van elke medewerker en het risicoprofiel van de toepassing, niet van een vast urenaantal. Een compliance officer die een hoogrisico-kredietscoringsmodel beoordeelt heeft ander gereedschap nodig dan een medewerker die een AI-planningstool bedient.
Welk niveau een rol vraagt
Het niveau dat een rol vraagt, komt erop neer dat een medewerker weet wat een AI-systeem in zijn functie doet, waar de grenzen van de betrouwbaarheid liggen en wanneer hij een uitkomst niet zonder controle mag overnemen. Meer dan dat vraagt de wet niet, minder dan dat is moeilijk te verdedigen.
Sinds de herschrijving van artikel 4 hoeft dat niveau niet meer per medewerker gegarandeerd te worden, maar het blijft de maatstaf waarop je je maatregelen inricht. Een organisatie die kan laten zien dat ze per rol heeft nagedacht over het benodigde niveau, staat sterker dan een organisatie die iedereen dezelfde algemene training gaf.
Welke kennis per functiegroep nodig is
De benodigde kennis per functiegroep verschilt sterk. Directie en management wegen risico’s af en regelen governance en budget. HR en recruitment herkennen bias bij AI-ondersteunde werving en selectie. IT-medewerkers begrijpen de technische werking en het risicobeheer van een systeem. Medewerkers in klantcontact herkennen wanneer een uitkomst onbetrouwbaar is en weten wat er wel en niet mag met AI-gegenereerde antwoorden.
Wat betekent de handhaving sinds 2 augustus 2026?
Handhaving van artikel 4 ligt volgens de Europese planning vanaf 2 augustus 2026 bij nationale toezichthouders, maar in Nederland is de uitvoeringswet die hen aanwijst nog niet in werking. De verplichting zelf geldt al sinds 2 februari 2025, dus een organisatie die op het toezicht wacht, is nu al niet compliant.
Een controle richt zich zelden op een eenmalig instapmoment en vrijwel altijd op een lopende praktijk. Welke AI-systemen gebruikt de organisatie, wie werkt ermee, welk kennisniveau hoort daarbij en is dat ergens vastgelegd. Diezelfde bewijslast keert terug bij de andere onderdelen van AI Act compliance voor bedrijven, zoals risicoclassificatie en transparantie.
Welke boetes staan er op het niet naleven van artikel 4?
Op het niet naleven van artikel 4 staat geen eigen boetecategorie, want het artikel wordt niet apart genoemd in de boetebepalingen van artikel 99. Artikel 99, lid 4 somt uitputtend op welke verplichtingen onder het maximum van 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet vallen, en artikel 4 staat daar niet bij. Voor artikel 4 geldt alleen artikel 99, lid 1, waarin de lidstaten zelf de sancties vaststellen; de Nederlandse uitvoeringswet daarvoor is op 5 november 2026 niet in werking.
De mkb-regel van artikel 99, lid 6, waarbij het laagste van twee bedragen geldt, ziet op de maxima van lid 3 tot en met 5 en speelt bij artikel 4 dus geen rol. Belangrijker dan het bedrag is het moment waarop de vraag komt. Bij een klacht, een datalek of een aansprakelijkheidszaak is het ontbreken van vastgelegde maatregelen direct bewijs tegen je.
Wie houdt in Nederland toezicht op artikel 4?
In Nederland ligt het toezicht op de AI-verordening, inclusief artikel 4, nog niet wettelijk vast, omdat de Uitvoeringswet AI-verordening nog niet in werking is. Het kabinetsvoorstel van april 2026 laat bestaande toezichthouders binnen hun eigen domein toezicht houden, stelt de Autoriteit Persoonsgegevens voor als toezichthouder waar geen duidelijke toezichthouder is, en geeft de AP en de RDI een coördinerende rol.
Hoe maak je AI-geletterdheid aantoonbaar?
Je maakt AI-geletterdheid aantoonbaar met een overzicht van de AI-systemen die je gebruikt, van wie ermee werkt, van welke maatregelen zijn genomen en van het kennisniveau dat per rol nodig is. Een certificaat van één medewerker bewijst deelname, geen organisatiebrede aanpak.
Waar begin je als je de AI-geletterdheid van je team wilt verhogen?
Je begint met een inventarisatie van het huidige AI-gebruik en het kennisniveau per rol, voordat je een trainingsplan vaststelt. Breng daarbij ook in kaart welke systemen al draaien, inclusief de AI-functies die ongemerkt in bestaande software zitten zoals Teams, Outlook of een CRM.
Bepaal daarna per rol welk niveau nodig is en kies een vorm die daarbij past. Leg vervolgens vast wie wat heeft gevolgd, want zonder die registratie kun je bij een controle niet laten zien dat je de verplichting serieus hebt genomen.
Welke stukken vormen samen je dossier?
Je dossier bestaat uit vier stukken die elkaar aanvullen. Een gedateerde interne richtlijn met de toegestane tools, de invoerregels en de controlemomenten. Een overzicht per medewerker van gevolgde training, met studielast. Een beschrijving van waar in het werkproces een tweede persoon meekijkt. En een meting van het kennisniveau voor en na, want een deelnamebewijs toont geen leerwinst.

Wat AI-geletterdheid betekent per sector
Wat AI-geletterdheid per sector betekent, verschilt met de beroepsregels en de aansprakelijkheid die er al gelden. De wettelijke basis is overal dezelfde, de invulling niet.
Notariskantoor
Voor een notariskantoor betekent AI-geletterdheid dat medewerkers begrijpen welk AI-gebruik raakt aan de Wet op het notarisambt en aan de akte-praktijk. De kern is weten wanneer een uitkomst een extra controleslag nodig heeft voordat die de inhoud van een akte beïnvloedt.
Accountantskantoor
Een accountantskantoor vraagt van medewerkers dat ze AI-ondersteunde analyses beoordelen binnen de NBA- en NVKM-kaders. Bij AI voor accountants wegen de vragen over controle en aansprakelijkheid zwaarder naarmate AI dieper in het controleproces komt.
Marketingbureau
Bij een marketingbureau draait het vooral om het controleren van AI-gegenereerde content en analyses op feitelijke juistheid en auteursrechtelijke risico’s voordat die naar een klant gaan. AI voor marketing kent daarbij een eigen valkuil, want de controle levert juist in naarmate het volume stijgt.
Zelfstandig professional
Een zelfstandig professional valt onder dezelfde verplichting, al mag de invulling proportioneel zijn. Eén persoon die weet welke tools hij gebruikt, welke gegevens er niet in mogen en waar de output onbetrouwbaar wordt, heeft het grootste deel van artikel 4 ingevuld.
Wie de vastlegging stap voor stap wil leren, vindt de AI-richtlijn en de controlepunten terug in de e-learning van LearnLLM over dit onderwerp.
Veelgestelde vragen over AI-geletterdheid
De Europese Commissie geeft op haar website praktische uitleg over AI-geletterdheid die verder gaat dan de wettekst.
Is het genoeg om de gebruiksaanwijzing van een AI-systeem te volgen?
Alleen de gebruiksaanwijzing van een AI-systeem volgen is meestal niet genoeg voor AI-geletterdheid. In haar vragen en antwoorden over AI-geletterdheid schrijft de Europese Commissie dat alleen vertrouwen op de gebruiksinstructies, of medewerkers die laten lezen, in veel gevallen mogelijk niet effectief is. De stelligere zin dat de instructies niet volstaan en aanvullende maatregelen nodig zijn, gaat over gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen met een hoog risico. Medewerkers die werken met een systeem waarbij een mens de uitkomst controleert, hebben volgens de Commissie vaardigheden nodig die op dat specifieke systeem zijn gericht.
Waar vind je voorbeelden van maatregelen voor AI-geletterdheid?
Voorbeelden van maatregelen voor AI-geletterdheid vind je in de living repository van de Europese Commissie, een verzameling initiatieven van organisaties die AI-geletterdheid in de praktijk brengen. De Commissie waarschuwt dat het overnemen van zo’n voorbeeld niet automatisch betekent dat je aan artikel 4 voldoet. Gebruik de voorbeelden daarom als inspiratie en stem ze af op de rollen en systemen in je eigen organisatie.



